EEN BLOEIENDE MOESTUIN IN 7 STAPPEN

Worteltjes, basilicum of aardbeien van eigen kweek, niks zo smakelijk! Alleen vraagt het best wat zorg en inspanning vooraleer gewassen tot volle bloei komen en je er letterlijk de vruchten van kunt plukken. Met ons stappenplan heb je een grotere kans op een overvloedige oogst en een bord vol met lekkers uit je eigen moestuin!

 

 

1. KIES HET PERFECTE PLEKJE

Beginnen doe je met het kiezen van een geschikte locatie voor je moestuin. Zonlicht speelt daarbij een grote rol. Op een plaats waar de zon 8 uur per dag schijnt, kan je vruchtgewassen als komkommer of tomaat planten. Op schaduwrijkere plekken waar minder zon komt, gedijen bladgewassen zoals rucola of tuinkers goed, maar ook tuinkruiden voelen zich er thuis. Als het enigszins mogelijk is, probeer dan ook je moestuin een beetje uit de wind te zetten. Een haag kan daarbij helpen, net zoals een afschermdoek. Leg ook geen moestuin aan op een plek waar het water langdurig blijft staan na een regenbui. Heb je alleen maar een balkon? Geen probleem, ook in bloembakken kan je gewassen telen!

2. HET KAN MET EEN STRAK PLAN

Vooraleer je echt aan de slag gaat, maak je het best een moestuinplan op. Zo’n plan helpt je om het overzicht te bewaren, want bij eigen kweek komt heel wat kijken. Afhankelijk van de grootte van de grond die je ter beschikking hebt en hoeveel zon je erop vangt, kies je specifieke gewassen uit die je wilt telen. Beperk het aantal als je nog niet veel ervaring hebt. Noteer vervolgens wanneer je deze gewassen mag zaaien en welke zorg ze nodig hebben. Kies eventueel voor een makkelijk te installeren serre. Teken je moestuin ook uit op papier en geef elk gewas er zijn plaats. Wissel ze het jaar erop van plek, op die manier beperk je de kans dat ziektes en plagen voet aan grond krijgen. Vergeet ook niet om ruimte te voorzien voor een hoofdpad en zijpaadjes tussen de zaaibedden.

3. ZAAIEN MET DIE HANDJES

Bij normale weersomstandigheden kan je voor april slechts een beperkt aantal gewassen in de volle grond zaaien. Ajuin, spinazie en tuinbonen zijn enkele van die vroege vogels. Maar treur niet, andere gewassen kan je ook al binnenshuis voorzaaien in een zaaibakje of miniserre. De uitgelezen plaats daarvoor is een vensterbank waar de zon op valt en de temperatuur gemiddeld rond de 18 °C ligt. Zaai de zaden ongeveer drie keer zo diep als ze groot zijn. Zodra de zaailingen hun eerste echte blaadjes hebben, kan je ze op een handige oppottafel verspenen. Dat wil zeggen dat ze elk hun potje krijgen met wat potgrond. Als de nachtvorst verdwenen is, meestal rond half mei, kan je de plantjes in je moestuin planten.

4. VOED DE BODEM GOED

Verzamel je organische afval in een afgesloten compostbak. De compost die zo ontstaat, meng je twee à drie weken voor je gaat zaaien of planten door de bovenste 20 cm van de grond in je moestuin. Doe dat met een riek of woelvork, een spade kan het bodemleven immers ernstig verstoren. De hoeveelheid compost die je aanbrengt, hangt af van het gewas dat je teelt. Zo hebben prei en de meeste kolen heel veel compost nodig, terwijl veldsla en erwten zelfs zonder kunnen. Vanaf mei en juni is het belangrijk om extra meststoffen toe te voegen aan de grond. Je kan een organische korrelmeststof gebruiken of je kiest voor vloeibare voeding. Die laatste meng je in het gietwater van je planten, om zo makkelijk hun 'dorst' te kunnen lessen.

5. GEEF DRINKEN ZONDER TE VERDRINKEN

Heb je pas gezaaid of hebben je zaailingen nog geen blaadjes, geef dan elke dag voorzichtig water, bij voorkeur met een spuitfles. Eens je planten wat groter zijn, moet je dat niet zo vaak meer doen en kan het uiteraard met andere vormen van bewatering. De exacte frequentie varieert dan wel van gewas tot gewas, toch kan je stellen dat het beter is om slechts één keer per week een redelijke hoeveelheid water te geven dan dagelijks een klein beetje. Wekelijks begoten planten ontwikkelen namelijk een dieper wortstelsel doordat ze actief zoeken naar water. Ook het moment van de dag waarop je water geeft, is belangrijk. Tijdens de zomer geef je het best ’s avonds water, anders verdampt het te snel. Tijdens de rest van het jaar doe je dat beter ’s morgens. Op die manier vermijd je een te grote afkoeling van de grond en hebben de planten tijd om op te drogen.

6. ROEP ONGEWENSTE BEZOEKERS EEN HALT TOE

Tussen de planten die je teelt kunnen er ook exemplaren opduiken die je liever niet ziet. Jawel, we hebben het over onkruid. Het gebruik van herbiciden in een moestuin vermijd je beter, dus dan maar volop wieden? Je kan die arbeidsintensieve taak sterk beperken door een bodembedekker of mulch tussen je gewassen te leggen. Zo onderdruk je de opkomst van eenjarig onkruid. Je kan kiezen voor heel wat soorten bodembedekker, maar cacaodoppen hebben het voordeel dat ze ook het leven zuur maken van slakken, nog zo’n bedreiging voor je moestuin. De oneffen ondergrond houdt de glibberige diertjes weg van je lekkere gewassen.

7. OOGST WAT JE GEZAAID HEBT

Na al het harde labeur is het tijd om te oogsten. Eigen kweek smaakt altijd dubbel zo lekker, al was maar omdat je er zoveel inspanning voor hebt gedaan. Als je een goede planning hebt opgesteld, oogst je niet alles ineens maar verspreid over een groot deel van het jaar. Is het warm en zonnig? Oogst dan in de ochtend of tegen de avond. Kruiden oogst je het best altijd ’s morgens, als de dauw op de blaadjes net is opgedroogd. Later op de dag kan de smaak en geur wat afvlakken onder invloed van de zon. Om dezelfde reden moet je kruiden ook oogsten vooraleer ze in bloei komen te staan. Denk tot slot al aan het volgende seizoen en oogst eveneens de zaden van je gewassen.

 

OP ZOEK NAAR NOG MEER INSPIRATIE EN TIPS?

 

 

Nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van het tuinaanbod op Lidl-Shop.be? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief op maat van tuinliefhebbers.

 

Schrijf je nu in!